Sociaal kapitaal problemen tussen de armsten in Mexico

Het Recepac-netwerk wordt Reocone
Deze blog is gebaseerd op mijn ‘sociaal kapitaal’afstudeeropdracht welke het Mexicaanse Reocone ‘netwerk’ (cooperatie) vergelijkt met zijn voorganger netwerk Recepac. Tot 1997 was Recepac een nationaal netwerk in vier staten in Mexico. Het Chiapanese-deel (Chiapas is een van de staten) van het netwerk, met 14 leden (koffie-, vrouwen- en religieuze organisaties), tegen slechts vier organisaties in alle andere staten, koos ervoor om onafhankelijk te worden. De belangrijkste reden hiervoor was dat het Chiapanese deel van het netwerk de enige staat bleek met een belangrijke bijdrage in omvang en impact in vergelijking met de vier organisaties in de andere staten. Al de 14 organisaties van Recepac bleven in het latere, Chiapanese Reocone-netwerk, zonder verandering van het hoofddoel om armoede te bestrijden door elkaar te helpen.

Onderzoeksdoel
Het doel van het onderzoek was om inzicht te verschaffen of er verschillen waren in het ontstaan van sociaal kapitaal in het geval van het Recepac-netwerk (gemeten in 1997) ten opzichte van het Reocone-netwerk (gemeten in 2001). De hoofd onderzoeksvraag was op welke wijze en in hoeverre het hoofddoel van Recepac en het latere Reocone ‘om onderlinge relaties tussen arme organisaties te creëren’ in de praktijk werd gerealiseerd. Met betrekking tot de eerste deelvraag, in hoeverre nieuwe relaties werden gecreëerd, kan worden gezegd dat de dichtheidscijfers aantonen dat de hoeveelheid nieuwe relaties die tussen netwerkleden ontstonden gelijk gebleven in beide netwerken, vóór en na de splitsing. De tweede deelvraag was of er ‘sociaal kapitaal’ oftewel echte diepe samenwerking werd gecreëerd. Dit is ingewikkelder en zal in de volgende paragrafen worden besproken.
De problemen
Het werd spoedig duidelijk dat de waargenomen ‘gezamenlijke spirit’ groter was in het Recepac netwerk dan in het latere Reocone netwerk. Dit kwam door de grote invloed van externe adviseurs in het Recepac-netwerk, wat aanvankelijk werd gewaardeerd, maar diezelfde adviseurs legde volgens de organisaties te veel nadruk op het aantrekken van geld voor projecten. Dat bleek een belangrijke reden te zijn voor de latere Reocone-organisaties om op te splitsen en onafhankelijk verder te gaan. In Reocone bleef dit een belangrijk geschil omdat daar de klacht was dat er te veel nadruk gelegd werd op interne solidariteit (de oprichting van een ‘solidariteitseconomie’). Hier was juist het tekort aan middelen een reden voor sommige leden om opnieuw voor meer financiering te pleiten wat de gezamenlijke spirit negatief beïnvloedde. Daarnaast hadden de koffieproducenten een sterke positie met meer middelen en was er, onterecht maar begrijpelijk, nauwelijks wederkerigheid met wat de anderen hen kon bieden. Dit ondermijnde ook het gevoel van vertrouwen en solidariteit. Samengevat hadden de drie type organisaties (koffie, vrouwen en religieus) niet genoeg en de juiste middelen om elkaar te kunnen en willen helpen. De belangrijkste reden waarom het netwerk toen nog niet direct uit elkaar viel was dat ze elkaar allemaal goed kenden en al lange tijd relaties hadden.

Sociaal kapitaal
Het eerste interessante aspect in het netwerk was de aanvaring tussen solidariteits- en wederkerigheidsmotieven die duidelijk verband houden met het zeer hoge niveau van armoede. Het tweede aspect is dat netwerkontwikkeling veel tijd en moeite nodig heeft. De manifestatie van sociaal kapitaal is typisch circulair: b.v. de ontwikkeling van Reocone’s belangrijkste bezit, kennis, kost tijd en herhaalde inspanning en input. Dat het nieuwe netwerk nog niet lang functioneerde, leverde het probleem op dat het netwerk geen evaluatiemomenten had om de legitimiteit van de concrete activiteiten te waarderen. Dit tweede aspect is onontbeerlijk voor de vorming van een identiteit: er zouden evaluaties moeten zijn om een gezamenlijk compromis te vinden wat solidariteit voor hen betekent.

Een duidelijke identiteit
Om sociaal kapitaal te ontwikkelen in een groep is een duidelijke identiteit onontbeerlijk. De focus op identiteit zorgt ervoor dat de opvattingen van de netwerkleden zelf worden meegenomen. Identiteit, evenals sociaal kapitaal, hangt uiteindelijk af van de perceptie van netwerkleden of ook de hun praktische doelstellingen worden gerealiseerd. Tenminste praktischer dan het grote doel in Reocone’s naam: ‘het netwerk om een solidariteitseconomie op te bouwen’, die ook gerelateerd was aan de brede focus van het vroegere Recepac-netwerk (‘het netwerk tegen armoede’). Aan de andere kant was het voor Reocone toch noodzakelijk een brede netwerkidentiteit te hebben om flexibel ook de minder sterke organisaties te kunnen incorporeren: ze moesten zich gedwongen bezighouden met brede extreme armoede en sociale uitsluiting (vooral met betrekking tot het steunen van de inheemse bevolking). Maar zoals gesteld leverde deze brede identiteit extreme druk op wederkerigheid en solidariteitseisen tussen organisaties. Op het moment van schrijven bestaat het REOCONE netwerk niet meer. Ik concludeer dat kleinere identiteiten, b.v. een solidariteitsnetwerk voor kleine koffieproducenten meer wenselijk is dan een nauwelijks werkende samenwerking. In hun specifieke situatie zijn zij in staat om meer internationale solidariteit uit het buitenland aan te trekken, bijvoorbeeld de succesvolle commercialisering van organische koffie door Max Havelaar.

sociaal kapitaal

Gebaseerd op mijn master thesis Development Studies, Centrum voor Internationale Ontwikkelingsstudies Nijmegen, 2002